Hierbij de oefenvragen van MVK Module 2 lesdag 2 Voorlichting & Onderricht
Het zijn een aantal willekeurig gekozen vragen.
Er zijn mpc vragen (1 antwoord is goed) en multi respons vragen (meerdere antwoorden kunnen goed zijn).
Succes!
1. Nieuwe medewerkers dienen V&OT te krijgen bij hun indiensttreding: 1. op bedrijfsniveau; 2. een vervolgprogramma, gericht op specifieke risico's en maatregelen; 3. op afdelings- en functieniveau. De juiste volgorde is:
Van de beroepsopleiding van medewerkers mag worden uitgegaan dat daarin een zekere minimale basis vakkennis verankerd is. De V&OT zoals hier bedoeld is complementair en geënt op de specifieke arbeidsomstandigheden en risico’s in het bedrijf. Nieuwe medewerkers dienen bij hun indiensttreding eerst op bedrijfsniveau, en vervolgens op afdelings- en functieniveau V&OT te krijgen. Naast de meer algemene instructies wordt er zo nodig een vervolgprogramma, gericht op specifieke risico’s en maatregelen, uitgevoerd.2. Tot voorlichting wordt onder andere gerekend:
Tot voorlichting wordt a.s. gerekend: - algemene informatie m.b.t. relevante wet- en regelgeving; - taken en verantwoordelijkheden t.a.v. arbeidsomstandigheden; - regels op het bedrijfsterrein; - regels binnen het bedrijf; - risico's binnen het bedrijf en - risico's bij bijzondere omstandigheden.3. Reflectie is een vorm van communicatie:
Reflectie is een vorm van communicatie naar jezelf. Reflectie is het informeren van jezelf over het gedrag van jezelf en het effect op de omgeving. De mens is de enige levensvorm die over reflectiemogelijkheden beschikt. Bij voorlichting is het goed om te reflecteren over het verloop en de effectiviteit van het proces. Een goede vorm van reflectie is het Deurero learning van Agyris ( zie Organisatorisch Leren).4. Voorlichting heeft betrekking op:
Voorlichting heeft betrekking op informatieverstrekking. Onderricht betreft meer de verdieping van inzicht en het aanleren van vaardigheden.5. Onderricht betreft onder andere:
Onderricht betreft o.a.: - werkinstructies m.b.t. machines, processen en werkmethodes; - het omgaan met en beheersen van de risico's verbonden aan de uit te voeren werkzaamheden; - het juiste gebruik van de benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen en - het handelen bij bijzondere omstandigheden.6. Voorlichting en onderricht is een goed middel om:
Bij bedrijven waar een Arbomanagementsysteem geïmplementeerd is blijft voorlichting en onderricht een grote rol spelen. Structurele voorlichting is hier vaak opgenomen als normeis. Praktijkervaring leert dat als bij die bedrijven voorlichting regelmatig herhaald wordt, dit doorgaans leidt tot een hoger veiligheidsbesef bij de medewerkers. Vaak is voorlichting één van de beheersmaatregelen voor geconstateerde risico’s. Met behulp van voorlichting kan de arbodeskundigheid in de organisatie vergroot worden, met name bij het uitvoeren van risicovolle taken. Met het verhogen van de kennis zal de bewustwording vergroten waardoor de mensen beter gaan functioneren. Voorlichting en onderricht is een goed middel om gedrag te beïnvloeden en zal ingezet worden bij bedrijven die hun cultuur willen veranderen dan wel verbeteren ten gunste van de veiligheid binnen de onderneming.7. Onderricht betreft meer de verdieping van inzicht en het aanleren van:
Voorlichting heeft betrekking op informatieverstrekking. Onderricht betreft meer de verdieping van inzicht en het aanleren van vaardigheden.8. Welke herhalingsfrequentie van V&OT hanteert ISZW voor in dienst zijnde medewerkers:
Uitvoering V&OT Er is voorlichting & richting uitgereikt/beschikbaar/in te zien voor werknemers: feitelijk gegeven; voor 'ontvangst' geparafeerd; in voor werknemers gebruikelijke taal: - op bedrijfsniveau; - op afdelingsniveau; - op werkzaamheden- /taakniveau. Minimale informatie in V&OT - te nemen maatregelen om de mogelijke risico's zoveel mogelijk te beperken; - te gebruiken p.b.m. en wijze waarop, indien er na toepassing van andere maatregelen nog steeds risico's aanwezig zijn. Tijdstip en frequentie V&OT - V&OT wordt gegeven aan alle nieuwe medewerkers, inleenkrachten etc. - V&OT wordt eens per jaar herhaald voor zittende medewerkers of eerder, indien gewijzigde omstandigheden dit noozakelijk maken (maatwerk). Grondslag V&OT - gebaseerd op een actuele RI&E.9. Eenzijdige communicatie kenmerkt zich door:
Voorlichting is vaak een vorm van eenzijdige communicatie. Er is één boodschapper en een veelvoud aan ontvangers. De ontvangers hebben geen of weinig mogelijkheden om een boodschap terug te zenden.10. Het effect van voorlichting is afhankelijk van:
Of voorlichting effect heeft hangt van veel factoren af. Dit zijn zoveel factoren dat er na heel veel onderzoek nog geen standaard methodiek is ontwikkeld voor effectieve voorlichting. Persoonlijke factoren: Voorlichting is erg afhankelijk van persoonlijke factoren van mensen in de doelgroep. Daarbij gaat het over verschillende eigenschappen. Hebben mensen gestudeerd en op welk niveau.? Zijn mensen gericht op het lezen van tekst of het horen van boodschappen? Zijn mensen praktisch of theoretisch ingesteld? Deze persoonlijke factoren aan de kant van de ontvanger, zijn onder andere inzichtelijk gemaakt door David Kolb in het model van Kolb en door Vermunt in de inventarisatie van leerstijlen (ILS). Meer informatie is te vinden op www.leren.nl en in dit artikel. Door de grote diversiteit is het haast onmogelijk een boodschap te maken die voor iedereen optimaal werkt. Onderzoeken hebben aangetoond dat het brengen van boodschappen op veel verschillende manieren, waarbij tegemoet gekomen wordt aan veel verschillende leerstijlen, het best aanslaan. Houding van de ontvanger ten opzichte van de boodschap(er): Het effect van voorlichting is echter ook afhankelijk van de houding van de ontvanger ten opzichte van de boodschap. Deze zgn. preoccupatie maakt dat een boodschap anders kan overkomen door de houding en de emotie die de ontvanger heeft ten opzichte van de boodschap. Deze emotie is ook nog eens erg afhankelijk van het moment. Klik: hier voor meer informatie. Sociale context: Het effect van voorlichting wordt verder bepaald door de sociale context. Een boodschap over veiligheid direct na een groot ongeval heeft een andere impact als diezelfde boodschap op een willekeurig ander moment. Door een aantal gebeurtenissen achter elkaar of een ramp kan de sociale context dusdanig veranderen dat boodschappen die eerst geen effect op het gedrag hadden ineens wel effect hebben. Gedragsverandering: Informatie die intern in het menselijk gedrag verwerkt wordt geeft de meeste kans op gedragsverandering. Als mensen (cognitief) iets doen met de informatie is de kans dat effect gedragsverandering ook gehaald wordt het grootst. In onderwijssituaties wordt daarom altijd gewerkt met de informatie. Het verdient aanbeveling om bij het verstrekken van informatie in de vorm van voorlichting te werken met interactieve methodieken. De eenvoudigste interactieve methodiek is de methodiek van vraag en antwoord. In sociale situaties (groepen) maakt het gezamenlijk verwerken of bewerken van de informatie de kans dat informatie effect heeft in de zin van gedragsverandering veel groter. Dat wil zeggen dat werknemers die in groepen worden voorgelicht het best voorgelicht worden door bijvoorbeeld voorbeeld gedrag van enkele werknemers te benoemen.11. Het door V&OT kennen van de risico's in het bedrijf, de eigen afdeling, maar vooral ook van de eigen functie, is een belangrijke preventieve maatregel om:
De organisatie en uitvoering van het voorlichting & onderricht-artikel van de Arbowet dient daarom actueel en conform de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening te zijn. Het door V&OT kennen van de risico’s in het bedrijf, de eigen afdeling, maar vooral ook van de eigen functie, is een belangrijke preventieve maatregel om de gevolgen van risico’s te beperken. Voorlichting heeft betrekking op informatieverstrekking. Onderricht betreft meer de verdieping van inzicht en het aanleren van vaardigheden.12. Welke taalproblemen kunnen een rol spelen bij de effectiviteit van voorlichting en onderricht:
Op een locatie kunnen meerdere nationaliteiten aan het werk zijn. In de praktijk beheerst niet iedereen de Nederlandse taal even goed. Dit kan leiden tot communicatieproblemen. Gevaarlijke situaties kunnen ontstaan als instructies of waarschuwingen niet worden begrepen. Een andere vorm van een taalprobleem is dat een deel van de bouwvakkers niet goed kan lezen of een hekel heeft aan lezen. Geschreven informatie (etiketten, instructies op machines) en voorlichting (brochures) bereikt daardoor niet iedereen.13. Voorlichtingsfolders en informatiebladen hebben:
Geschreven boodschappen hebben nauwelijks feed back mogelijkheden. Voorlichtingsfolders en informatiebladen hebben een groot bereik maar weinig effect.14. De werknemer:
Arbowet artikel 11 De werknemer is verplicht om in zijn doen en laten op de arbeidsplaats, overeenkomstig zijn opleiding en de door de werkgever gegeven instructies, naar vermogen zorg te dragen voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en die van de andere betrokken personen. Met name is hij verplicht om: a. arbeidsmiddelen en gevaarlijke stoffen op de juiste wijze te gebruiken; b. de hem ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste wijze te gebruiken en na gebruik op de daartoe bestemde plaats op te bergen, een en ander voor zover niet krachtens deze wet is bepaald dat werknemers niet verplicht zijn beschermingsmiddelen als vorenbedoeld te gebruiken; c. de op arbeidsmiddelen of anderszins aangebrachte beveiligingen niet te veranderen of buiten noodzaak weg te halen en deze op de juiste wijze te gebruiken; d. mee te werken aan het voor hem georganiseerde onderricht, bedoeld in artikel 8; e. de door hem opgemerkte gevaren voor de veiligheid of de gezondheid terstond tet kennis te brengen aan de werkgever of degene die namens deze ter paatse met de leiding is belast; f. de werkgever en de werknemers en de andere deskundige personen, bedoeld in artikel 13, eerste tot enmet derde lid, de personen, bedoeld in artikel 14, lid 1, en de arbodienst, indien nodig bij te staan bij de uitvoering van hun verplichtingen en taken op grond van deze wet.15. Problemen bij overdracht van informatie veroorzaken vaak communicatieproblemen. Oorzaken daarvan zijn:
Er zijn grote verschillen in taalvaardigheid tussen de verschillende betrokkenen. Niet iedereen is de Nederlandse taal even goed machtig en ook in het begripsniveau is een grote variatie. Daarnaast hebben de verschillende specialismen eigen vaktaal. Naast het verschil in taalvaardigheid is er een verschil in begripsvaardigheid. Dit heeft te maken met het referentiekader van waaruit men spreekt. Mensen met een hoog niveau (algemene) opleiding hebben een breed referentiekader en vaak een hoog abstractieniveau. Het abstractieniveau is het niveau waarop mensen concrete zaken in gedachte kunnen verbeelden zonder er een concreet voorbeeld bij te hebben. De verschillen in taalvaardigheid, begripsvaardigheid en abstractieniveau veroorzaken vaak communicatieproblemen. Informatie kan dan niet goed overkomen of verkeerd geïnterpreteerd worden. Gesproken en geschreven informatie zijn bij grote verschillen in taal en begripsvaardigheden en abstractieniveau niet de meest geschikte middelen om gedrag aan te leren of te veranderen. Beelden werken dan veel beter. Door geen rekening te houden met deze verschillen gaat er veel tijd verloren. De spreker of schrijver geeft wel informatie maar het wordt niet ontvangen. Ook de houding bij grote verschillen is vaak verkeerd. De spreker neemt een passieve houding aan gericht op het woord en de ontvanger kan dan niet anders als doen alsof hij luistert.16. In de arbeidsomstandighedenwet zijn m.b.t. voorlichting en onderricht (V&OT) en toezicht de volgende verplichtingen vastgelegd: - de werkgever dient aandacht te besteden aan voorlichting en onderricht (Arbowet artikel 8, lid 1) en - de werkgever dient aandacht te besteden aan naleving van deze instructies en voorschriften oftewel 'Toezicht' (Arbowet artikel 8 lid 4). Welke verplichting mist u hierbij?
In de Arbeidsomstandighedenwetgeving zijn m.b.t. voorlichting en onderricht (V&OT) en toezicht de volgende verplichtingen vastgelegd: - de werkgever dient aandacht te besteden aan voorlichting en onderricht (Arbowet artikel 8 lid 1); - de werkgever dient aandacht te besteden aan naleving van deze instructies en voorschriften oftewel 'Toezicht' (Arbowet artikel 8 lid 4); - de RI&E dient gebaseerd te zijn op de actuele bedrijfssituatie en de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening (Arbowet artiekl 3 lid 1 en artikel 5 lid 4).17. In Arbomanagementsystemen is structurele voorlichting en onderricht:
Bij bedrijven waar een Arbomanagementsysteem geïmplementeerd is blijft voorlichting en onderricht een grote rol spelen. Structurele voorlichting is hier vaak opgenomen als normeis. Praktijkervaring leert dat als bij die bedrijven voorlichting regelmatig herhaald wordt, dit doorgaans leidt tot een hoger veiligheidsbesef bij de medewerkers. Vaak is voorlichting één van de beheersmaatregelen voor geconstateerde risico's. Met behulp van voorlichting kan de arbodeskundigheid in de organisatie vergroot worden, met name bij het uitvoeren van risicovolle taken. Met het verhogen van de kennis zal de bewustwording vergroten waardoor de mensen beter gaan functioneren. Voorlichting en onderricht is een goed middel om gedrag te beïnvloeden en zal ingezet worden bij bedrijven die hun cultuur willen veranderen dan wel verbeteren ten gunste van de veiligheid binnen de onderneming18. Praktijkervaring leert dat als bij die bedrijven voorlichting regelmatig herhaald wordt, dit doorgaans leidt tot een:
Bij bedrijven waar een Arbomanagementsysteem geïmplementeerd is blijft voorlichting en onderricht een grote rol spelen. Structurele voorlichting is hier vaak opgenomen als normeis. Praktijkervaring leert dat als bij die bedrijven voorlichting regelmatig herhaald wordt, dit doorgaans leidt tot een hoger veiligheidsbesef bij de medewerkers. Vaak is voorlichting één van de beheersmaatregelen voor geconstateerde risico’s. Met behulp van voorlichting kan de arbodeskundigheid in de organisatie vergroot worden, met name bij het uitvoeren van risicovolle taken. Met het verhogen van de kennis zal de bewustwording vergroten waardoor de mensen beter gaan functioneren. Voorlichting en onderricht is een goed middel om gedrag te beïnvloeden en zal ingezet worden bij bedrijven die hun cultuur willen veranderen dan wel verbeteren ten gunste van de veiligheid binnen de onderneming.19. Bij grote verschillen in taal, begripsvaardigheden en abstractieniveau zijn de meest geschikte middelen om gedrag aan te leren of te veranderen:
Er zijn grote verschillen in taalvaardigheid tussen de verschillende betrokkenen. Niet iedereen is de Nederlandse taal even goed machtig en ook in het begripsniveau is een grote variatie. Daarnaast hebben de verschillende specialismen eigen vaktaal. Naast het verschil in taalvaardigheid is er een verschil in begripsvaardigheid. Dit heeft te maken met het referentiekader van waaruit men spreekt. Mensen met een hoog niveau (algemene) opleiding hebben een breed referentiekader en vaak een hoog abstractieniveau. Het abstractieniveau is het niveau waarop mensen concrete zaken in gedachte kunnen verbeelden zonder er een concreet voorbeeld bij te hebben. De verschillen in taalvaardigheid, begripsvaardigheid en abstractieniveau veroorzaken vaak communicatieproblemen. Informatie kan dan niet goed overkomen of verkeerd geïnterpreteerd worden. Gesproken en geschreven informatie zijn bij grote verschillen in taal en begripsvaardigheden en abstractieniveau niet de meest geschikte middelen om gedrag aan te leren of te veranderen. Beelden werken dan veel beter. Door geen rekening te houden met deze verschillen gaat er veel tijd verloren. De spreker of schrijver geeft wel informatie maar het wordt niet ontvangen. Ook de houding bij grote verschillen is vaak verkeerd. De spreker neemt een passieve houding aan gericht op het woord en de ontvanger kan dan niet anders als doen alsof hij luistert.20. Bij het herhalen van voorlichting en onderricht is het van belang dat:
Bij het geven van voorlichting is het essentieel dat voorlichting (regelmatig) herhaald wordt. Zonder herhaling zal het effect van het geven van voorlichting beperkt zijn. Een goede methodiek voor deze herhalingsvoorlichting zijn de toolboxmeetings van het VCA traject. Het is van belang dat de informatie telkens op een andere manier gebracht wordt en telkens nieuwe aanvullende informatie bevat. Het herhalen van eenzelfde boodschap op dezelfde manier heeft veel minder effect dan het aanpassen van de boodschap aan de bekendheid van deze boodschap bij de toehoorders.